Basis & proeven

Hoe beschrijf je koffie met juiste woorden?

Koffie beschrijven met juiste woorden steunt op vier assen die door de SCA zijn gestandaardiseerd: zuurgraad (type en intensiteit), body (textuur en dichtheid), zoetheid (rondheid en waargenomen suikers) en aromatische descriptoren (aromawiel, 110 termen). De pedagogische truc is van algemeen naar specifiek gaan: familie, dan groep, dan precieze descriptor.

Het specialty koffievocabulaire is geen willekeurig jargon: het leunt op twee wereldwijd gevalideerde tools. Ten eerste het SCA Flavor Wheel, in 2016 uitgebracht door de SCAA (nu SCA) met World Coffee Research, dat 110 aromatische descriptoren in concentrische cirkels ordent — negen buitenste families (fruity, floral, sweet, nutty/cocoa, spices, roasted, other, sour/fermented, green/vegetative), daarna twee naar binnen lopende preciezere lagen. Ten tweede het SCA-cuppingformulier, dat tien kenmerken beoordeelt op 10 (fragrance, flavor, aftertaste, acidity, body, balance, uniformity, clean cup, sweetness, overall).

De beginnersfout is meteen in detail duiken: bij de eerste snuif 'bergamot' zeggen, heeft geen zin als de familie 'bloemig' nog niet bevestigd is. De juiste aanpak gaat in drie stappen. Stap 1, familie: gaat het om fruit, bloem, noot, chocolade, specerij, gebrand, gefermenteerd, groen? Stap 2, groep: als fruit, welk type — citrus, rood, donker, tropisch, steenvrucht, gedroogd? Stap 3, descriptor: als citrus, is het citroen, pompelmoes, sinaasappel, bergamot, mandarijn? Deze trechter beschermt tegen valse precisie en houdt beschrijvingen betrouwbaar.

Voor de vier structurele assen is het geijkte vocabulaire het onthouden waard. Zuurgraad: helder, zuiver, scherp, levendig, rond, zacht, plat, citrisch, appelachtig, fosforisch, wijnachtig, azijnachtig (defect). Body: licht, fijn, zijdezacht, siroopachtig, romig, dicht, zwaar, samentrekkend, drogend, dun, plat. Zoetheid: intens, zuiver, karamel, honing, melasse, bruine suiker, gekonfijt fruit, kort, afwezig. Afdronk: lang, aanhoudend, zuiver, kort, verdwijnt, bittere staart, terugkerend fruit. Een nuttig feit: bij de SCA Q-grader-certificering moeten kandidaten op blinde samples ongeveer veertig descriptoren correct benoemen — Jean Lenoir's Le Nez du Café (36 geijkte aroma-flesjes, in de jaren 1990 in Lyon ontwikkeld) blijft in Europa een referentietool voor training.

In België organiseren verschillende branders in Brussel, Gent en Antwerpen maandelijkse of kwartaallijkse publiekscuppings, waar vocabulaire collectief wordt geleerd onder begeleiding van een Q-grader. Eén aandachtspunt: vertaal het SCA-Engels niet woord voor woord — 'body' wordt 'body' in het Nederlands, 'brightness' leest als 'glans' of 'levendigheid', 'cleanness' als 'zuiverheid' — zo blijven beschrijvingen precies in de eigen taal en tegelijk compatibel met de internationale scoring.

SCA-vocabulaire per as

AsSchaalDescriptor-voorbeelden
Fragrance / AromaIntensiteit + familieJasmijn, groene appel, melkchocolade
Smaak (flavor)Frisheid + complexiteitBergamot, zwarte bes, praliné
ZuurgraadType + intensiteitCitrisch, appelachtig, helder, rond
BodyDichtheid + textuurLicht, zijdezacht, siroopachtig, romig
ZoetheidKarakter + lengteHoning, karamel, melasse, kort
AfdronkLengte + aardLang chocolade, kort, terugkerend fruit